Uw gegevens importeren in Google Earth
Gebruik de functie Gegevens importeren om uw aangepaste geografische gegevens te importeren in Google Earth en deze net als andere lagen in het deelvenster Lagen weer te geven. Wanneer u deze importfunctie gebruikt, importeert u twee soorten basisgegevens:
- Vectorgegevens: vectorgegevens bestaan uit punten, lijnen, paden en polygonen. Doorgaans worden puntgegevens gebruikt om een bepaalde locatie aan te duiden, zoals het centrum van een stad. Lijnen en paden kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt voor informatie over wegen of grenzen. Polygonen kunnen worden gebruikt om een perceel te beschrijven of andere gebieden te definiëren, zoals een meer. U kunt vectorgegevens van andere gegevensproviders, zoals ESRI, importeren in Google Earth. Daarnaast kunt u algemene tekstbestanden gebruiken om puntgegevens te importeren die u zelf definieert. Wanneer de vectorgegevens in Google Earth zijn geïmporteerd, kunt u de weergave of de inhoud op dezelfde manier bewerken als plaatsmarkeringen en mappen. Bovendien kunt u stijlsjablonen gebruiken om uw gegevens op een visueel logische manier te ordenen. U kunt KML-gegevens ook in een tijdreeks weergeven. Zie Een tijdlijn weergeven voor meer informatie.
- Beeldgegevens: u kunt beeldgegevens, zoals luchtfoto's of topografische kaarten, importeren en deze over het basisbeeld in de 3D-viewer projecteren. Hiervoor moet het beeldbestand wel de juiste indeling hebben. Dit type beeld wordt ook wel een GIS-beeld genoemd.
Wanneer u vector- of beeldgegevens heeft geïmporteerd in Google Earth, kunt u de gewijzigde gegevens op dezelfde manier opslaan als andere soorten plaatsmarkeringen en overlays.
Vectorgegevens importeren
Google Earth Pro en EC ondersteunen de volgende soorten vectorgegevens:
- Punten
- Lijnen en paden
- Polygonen, inclusief gevulde polygonen
Het proces voor het importeren van vectorgegevens is vrij eenvoudig:
- Importeer het vectorbestand op één van de volgende manieren:
- Slepen en neerzetten: blader naar het bestand op uw computer of een netwerkserver en sleep het in de 3D-viewer van Google Earth.
- Kies Openen of Importeren in het menu Bestand. Vervolgens kunt u aangeven welk type gegevens u importeert (bijvoorbeeld TXT, SHP, TAB) of Alle bestandsindelingen kiezen.
U kunt ook een bestand openen op een computer in het netwerk. Dit doet u op dezelfde manier als voor andere bestanden. Als u een bestand wilt openen in uw webbrowser, moet u het bestand en alle gerelateerde bestanden eerst downloaden naar uw computer of het lokale netwerk voor u het bestand kunt openen.
- Wanneer u hiernaar wordt gevraagd, kunt u een stijlsjabloon toepassen. Als u Ja selecteert om een stijlsjabloon toe te passen, kunt u op dat moment een nieuwe sjabloon definiëren of een bestaande sjabloon selecteren als er al één voor het betreffende gegevensbestand is gedefinieerd. Zie Stijlsjablonen gebruiken voor meer informatie.
Zodra u de vectorelementen heeft geïmporteerd, worden deze weergegeven in de 3D-viewer en wordt het geïmporteerde bestand in de map Tijdelijke plaatsen geplaatst. Labels, pictogrammen, kleur en beschrijving worden op dezelfde manier weergegeven als andere soorten plaatsen en mappen, afhankelijk van hoe u ze in de stijlsjabloon heeft gedefinieerd.
Opmerking: als u geen stijlsjabloon gebruikt om de weergave aan te passen van de gegevens die u heeft verwerkt, zoekt Google Earth het veld Naam zodat dit kan worden gebruikt als label voor de gegevens. Dit label wordt in de 3D-viewer weergegeven naast de punten en in de lijst Tijdelijke plaatsen. Als het veld Naam niet voorkomt in uw gegevens, wordt het eerste beschikbare tekstveld gebruikt als label voor de gegevens.
In het resterende gedeelte wordt het volgende behandeld:
Vectorgegevens van derden gebruiken
Gebruikers van Google Earth EC en Google Earth PRO die de module Gegevens importeren hebben geïnstalleerd, kunnen de volgende vectorindelingen importeren:
- MapInfo (TAB): vereiste bestanden zijn onder andere:
- ESRI Shape (SHP) - vereist SHX Projectiegegevens, die ofwel zijn opgenomen in het SHP-bestand of worden gedefinieerd in een apart bestand met de extensie .PRJ DBF (voor het weergeven van veldgegevens)
De meeste GIS-vectorgegevens van derden worden geleverd als een verzameling verwante bestanden die samenwerken om alle vectorgegevens weer te geven die u in Google Earth ziet. Wanneer verwachte gegevens niet worden weergegeven in de 3D-viewer, ontbreekt er waarschijnlijk een ondersteuningsbestand. De vectorbestandstypen waarvoor aanvullende ondersteuningsbestanden nodig zijn, worden in de bovenstaande lijst weergegeven.
Opmerking: u kunt ook algemene tekstbestanden gebruiken om uw eigen puntgegevens voor Google Earth te maken. Deze functie is ook beschikbaar voor gebruikers van Google Earth Plus.
Algemene tekstbestanden gebruiken
U kunt niet alleen vectorgegevens importeren in SHP, TAB en andere indelingen, maar ook uw eigen puntgegevens maken en deze importeren in Google Earth.
Opmerking: u kunt alleen puntgegevens maken en importeren via algemene tekstbestanden.
Algemene tekstbestanden moeten kolommen met een naam bevatten en de waarden in de kolom moeten worden gescheiden door komma's, spaties of tabs. U doet dit door uw gegevens te verwerken in een spreadsheetprogramma, zoals Microsoft Excel, en het bestand op te slaan met een CSV- of TXT-indeling. U kunt echter ook een programmamethode gebruiken om gegevens op te halen uit een database en deze uit te voeren naar een bestand met een CSV- of TXT-indeling.
Opmerking: als u meer dan 5000 kenmerken (bijvoorbeeld 5000 lijnen met puntgegevens) probeert te importeren in Google Earth, kan dit erg lang duren.
Lees de onderstaande onderwerpen voor meer informatie over het gebruik van algemene tekstbestanden:
Verplichte locatievelden
Het algemene tekstbestand dat u importeert, moet één of meer velden bevatten waarmee de locatie van het punt op de aardbol wordt gedefinieerd, zodat de gegevens correct in de 3D-viewer kunnen worden gepositioneerd. Dit kan met adresvelden of met geografische coördinaten.
Opmerking: u kunt geen combinatie van geografische coördinaten en adresvelden gebruiken in één bestand.
Adressen gebruiken
Tip: volg een zelfstudie over dit onderwerp. Adressen importeren in Google Earth Plus, Pro en EC
U kunt adressen op straatniveau in uw gegevensbestanden gebruiken om elk punt op het aardoppervlak te positioneren. Met Google Earth kunt u geografische en niet-geografische verwijzingen importeren. Momenteel kan Google Earth dergelijke gegevens alleen importeren voor adressen in Canada, Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Google Earth kan adressen met postbussen niet plaatsen.
De volgende adresindelingen worden ondersteund:
- Eén adresveld: u kunt de straat, plaats, provincie/staat, land en postcode opgeven in één veld. Een veld met het kolomlabel adres kan bijvoorbeeld de volgende waarde bevatten:
Nieuwezijds Voorburgwal 147, Amsterdam, NH, 1012 RJ Meerdere adresvelden: u kunt de straat, plaats, provincie/staat, land en postcode opgeven in meerdere velden. In dit geval heeft een veld met het kolomlabel straat de waarde:
Nieuwezijds Voorburgwal 147
In dit geval worden er verder velden gedefinieerd voor de plaats, provincie/staat en de postcode.
- Gedeeltelijk adres standaardwaarden: omdat bepaalde punten mogelijk alleen gedeeltelijke adressen hebben, kunt u de wizard Gegevens importeren gebruiken om standaardwaarden voor ontbrekende velden op te geven, zoals staat/provincie of postcode.
Geografische coördinaten gebruiken
U kunt geografische coördinaten gebruiken (breedte- en lengtegraden) om de positie van de puntgegevens in uw tekstbestand aan te geven. Voor het importeren van algemene tekstbestanden ondersteunt Google Earth coördinaten in:
- Graden, minuten, seconden (DMS)
- Decimale graden (DDD)
- Graden, minuten met decimale seconden (DMS)
Zie Geavanceerde coördinaten opgeven voor een gedetailleerde beschrijving van de lengte- en breedtegraden die in Google Earth worden ondersteund en welke soorten syntaxis worden ondersteund.
Optionele en beschrijvende velden
U kunt elk gewenst aantal velden gebruiken in uw aangepast gegevensbestand om de punten te labelen en te beschrijven en ze weer te geven in Google Earth. Optionele velden kunnen worden gedefinieerd als de volgende waarden:
- Tekst of tekenreeks: een tekenreeksveld kan zowel cijfers als letters bevatten. Een tekenreeks wordt met betrekking tot een sjabloon als zodanig herkend omdat de tekenreeks tussen aanhalingstekens is geplaatst of spaties bevat, waardoor deze niet kan worden geïnterpreteerd als een getal.
Dit is een belangrijk onderscheid waarmee u rekening moet houden wanneer u stijlsjablonen op velden toepast.
- Geheel getal
- Zwevende-kommawaarde
Met de stijlsjablonen kunt u profiteren van deze veldtypen en handige visuele effecten in de 3D-viewer gebruiken. U kunt bijvoorbeeld grafieken gebruiken of kleuren toepassen op basis van de waarden in de velden.
Velden met vectorgegevens weergeven
Nadat u vectorgegevens in Google Earth heeft geïmporteerd, kunt u het tabelvenster gebruiken om de gegevensvelden in de vectorgegevens weer te geven. Hiervoor selecteert u in het menu Extra de optie Tabel. Het venster wordt weergegeven voor Google Earth en bevat een tabel met een overzicht van gegevensvelden van alle markeringsitems.
Het venster Tabel bevat interne gegevensvelden voor alle huidige vectorgegevens alsmede andere vermeldingen in het venster Plaatsen. U kunt de schuifbalk rechts van het venster gebruiken om door de verschillende vermeldingen te schuiven. Items die u niet wilt weergeven, kunt u minimaliseren door het vinkje naast de naam van het item te verwijderen.
Het venster Tabel bevat de volgende functies:
- De gegevens sorteren op de geselecteerde kolommen door op de kolomkop te klikken voor het veld waarop u wilt sorteren. Met deze functie kunt u eenvoudig alle elementen in de gegevenslijst weergeven en deze elementen in de 3D-viewer weergeven.
- Eén keer op een item in de tabel klikken om het item in de lijst op het tabblad Plaatsen te markeren.
- Op een item in de tabel dubbelklikken om het item in de 3D-viewer weer te geven.
- Met de rechtermuisknop (Ctrl+klikken op de Mac) op een tabelrij klikken om het volgende snelmenu weer te geven, dat u kunt gebruiken om de veldweergave te sorteren of aan te passen.
De weergave van vectorgegevens wijzigen
Wanneer u de vectorgegevens voor punten en lijnen importeert in Google Earth, kunt u aangeven hoe de gegevens moeten worden weergegeven:
- Alle gegevens op dezelfde manier weergeven: dit doet u door gedeelde stijlen voor alle mappen toe te passen of door een stijlsjabloon op uw vectorgegevens toe te passen. Voor gedeelde stijlen volgt u de richtlijnen in Plaatsen en mappen bewerken voor meer informatie over het instellen van hoogte-, lijn-, label- en pictogrameigenschappen. U kunt op elk gewenst moment stijlsjablonen op uw geïmporteerde gegevens toepassen.
- Afzonderlijke gegevenselementen of mappen bewerken: volg de instructies in Plaatsen en mappen bewerken voor meer informatie over het bewerken van afzonderlijke plaatsmarkeringen.
Beelden importeren
U kunt de GIS-beeldbestanden openen in Google Earth Pro of EC en nauwkeurig over de juiste coördinaten projecteren in de 3D-viewer. Google Earth Pro en EC ondersteunen de volgende typen GIS-beelden:
- TIFF (.tif), inclusief GeoTiff en gecomprimeerde Tiff-bestanden
- National Imagery Transmission Format (.ntf)
- Erdas Imagine-beelden (.img)
Daarnaast kunt u de volgende beelden importeren. U moet de coördinaten handmatig bewerken voor een juiste positionering omdat de beelden geen projectiegegevens bevatten:
- Atlantis MFF-raster (.hdr)
- PCIDSK-databasebestand (.pix)
- Portable Pixmap-indeling (.pnm)
- Apparaatonafhankelijke Bitmap (.bmp)
Opmerking: alle beeldbestanden moeten de juiste projectiegegevens bevatten zodat ze in Google Earth nauwkeurig opnieuw kunnen worden geprojecteerd.
In het resterende gedeelte wordt het volgende behandeld:
GIS-beelden openen
Gebruik één van de onderstaande methoden om het beeldbestand in Google Earth Pro of EC te openen:
- Kies Openen in het menu Bestand.
- Sleep het gewenste bestand vanuit de Verkenner in de viewer.
Google Earth probeert het beeld vervolgens opnieuw te projecteren met het eenvoudig cilindrisch coördinatensysteem WGS84. Vervolgens wordt er een overlay gemaakt van het beeld dat naar PNG is geconverteerd. Het venster voor het bewerken van de overlay wordt weergegeven en u kunt de locatie voor de nieuwe overlay instellen in een map in het deelvenster Plaatsen. U kunt de eigenschappen voor het GIS-beeld op dezelfde manier instellen als voor andere overlays.
Wanneer u GIS-beelden importeert, dient u echter rekening te houden met het volgende:
- Het beeld dat opnieuw wordt geprojecteerd, wordt opgeslagen als een overlay. Het beeld wordt opgeslagen in de Google Earth-directory op de vaste schijf. De naam van het PNG-bestand is gebaseerd op het bronbestand en de parameters voor het schalen en bijsnijden die zijn geselecteerd voor het importeren van het bestand. (Hieronder vindt u meer informatie over het schalen en bijsnijden van een beeld.)
- Beelden die de maximale patroongrootte overschrijden, moeten worden bijgesneden of geschaald. Een grootte van 2048 x 2048 pixels wordt normaal ondersteund door grafische kaarten van hoge kwaliteit, terwijl op een laptop de maximale grootte 1024 x 1024 of zelfs minder kan zijn. (Hele goede kaarten ondersteunen maximaal 4096 x 4096.)
Bepaal de maximale patroonafmetingen voor uw computer door in het menu Help de optie Over Google Earth te kiezen. De patroongrootte voor uw computer wordt weergegeven bij Maximale patroongrootte.

Uw beeld mag niet groter zijn dan de afmetingen bij Maximale Patroongrootte (in beide richtingen).
Als u een beeldbestand probeert te importeren dat groter is dan de toegestane patroonafmetingen, wordt er een dialoogvenster weergegeven waarin u het beeld moet schalen of bijsnijden.
- Schalen: met deze optie wordt het hele beeld in één keer geschaald en opnieuw geprojecteerd zodat de hoogte-breedteverhouding van het invoerbestand behouden blijft en het beeld past in de resultaten in het patroongeheugen. Doorgaans resulteert dit in een beeld waarbij de langste zijde 2048 pixels lang is.
- Bijsnijden: met deze optie blijft de oorspronkelijke resolutie van het invoerbestand behouden en wordt er een subset van het oorspronkelijke invoerbestand gemaakt zodat deze in het patroon in het geheugen past.
Wanneer u de optie voor bijsnijden selecteert, wordt de locatie van het invoerbestand weergegeven in de viewer en bevat deze de afmetingen van het invoerbeeld. U kunt vervolgens het middelpunt van het inzetbeeld bepalen dat u wilt maken. De client berekent een maximum gebied, gerekend vanaf het midden van de geselecteerde locatie.
- Voor grote beeldbestanden kan het opnieuw projecteren enige tijd in beslag nemen
Als u een invoerbeeld heeft bijgesneden of geschaald of als u een beeld dat meer patroongeheugen gebruikt, opnieuw projecteert, wordt er een voortgangsmeter weergegeven tijdens het opnieuw projecteren. U kunt de bewerking op elk gewenst moment annuleren. Beelden die geen projectiegegevens bevatten, worden verwerkt als gewone overlaybestanden.
In dit geval kunt u het beeld handmatig positioneren, net als een overlaybeeld.
- Beelden die onjuiste of niet-ondersteunde projectiegegevens bevatten, worden niet geïmporteerd.
In dit geval wordt er een dialoogvenster weergegeven met het bericht dat er niet opnieuw kan worden geprojecteerd en dat het beeld niet wordt geïmporteerd.
Opmerking: Google Earth ondersteunt op dit moment geen bestanden waarvoor gebruik wordt gemaakt van NAD83-projectie.
GIS-beelden opslaan
Zodra u beeldgegevens heeft geïmporteerd in Google Earth Pro of EC, kunt u wijzigingen in de GIS-gegevens als volgt opslaan:
- De geïmporteerde beelden verplaatsen naar de map Mijn plaatsen: als u de beeldoverlay al in de map Mijn plaatsen heeft geplaatst, worden de wijzigingen die u aanbrengt, automatisch opgeslagen. U kunt deze wijzigingen weergeven wanneer u Google Earth start.
- De beeldoverlay opslaan als een KMZ-bestand: als u de geïmporteerde beelden uit de map Mijn plaatsen verwijdert, kunt u met de rechtermuisknop op het item klikken (Ctrl+klikken op de Mac) en Opslaan als kiezen in het snelmenu en de GIS-overlay opslaan als KMZ-bestand op de vaste schijf van uw computer of op een andere toegankelijke locatie. Vervolgens kunt u de overlay verwijderen uit de lijst Mijn plaatsen en later openen, als u deze nodig heeft.
In het kort iets over projecties en datums
Google Earth maakt gebruik van een eenvoudige cilindrische projectie met een WGS84-datum voor de database met beelden.

- Eenvoudige cilindrische (Plate Carree) Projectie
- Database met Google Earth-beelden
Doorgaans zijn de gegevens die u importeert met Google Earth, gemaakt met een bepaald geografisch coördinatensysteem, zoals UTM-projectie (Universal Transverse Mercator) en een NAD27-datum (North American Datum of 1927). Bij elk geografisch coördinatensysteem worden mogelijk coördinaten aan dezelfde locatie op aarde toegewezen die enigszins verschillen. Wanneer u gegevens in Google Earth importeert, worden de gegevens volgens het coördinatensysteem van Google Earth geïnterpreteerd.
In de meeste gevallen kunnen de gegevens zonder problemen opnieuw worden geprojecteerd. Soms verloopt de transformatie echter niet geheel vlekkeloos. In dat geval kunt u een programma van derden gebruiken om uw gegevens van het oorspronkelijke coördinatensysteem te transformeren naar het systeem dat wordt gebruikt in Google Earth.
In het resterende gedeelte wordt er een beknopt overzicht van kaartprojecties en datums gegeven.
Wat is een kaartprojectie?
Een kaartprojectie is een wiskundige beschrijving die wordt gebruikt om het ronde, driedimensionale aardoppervlak weer te geven op een platte, tweedimensionale kaart.

- Aarde in 3D
- Mercator-projectie
Dit proces leidt altijd tot vervorming van één of meer eigenschappen zoals het gebied, de schaal, de vorm of de richting. Daarom zijn er honderden verschillende projecties ontwikkeld om zo nauwkeurig mogelijk bepaalde elementen af te beelden of de eigenschappen zo goed mogelijk af te stemmen op een bepaald type kaart.
Gegevensbronnen voor kaarten zijn er in verschillende projecties, afhankelijk van de kenmerken die de cartograaf het meest nauwkeurig wil afbeelden (ten koste van andere kenmerken). In het bovenstaande voorbeeld, de Mercator-projectie, snijden breedte- en lengtelijnen elkaar altijd onder een rechte hoek. Dit gaat echter ten koste van de oppervlakte, die bij de polen sterk wordt vergroot.
Onderstaand volgen enkele veelgebruikte kaartprojecties:
 |
Projectie |
Beschrijving |
Voorbeeld |
|
Equivalente conische Albers-projectie |
Doorgaans wordt deze methode gebruikt voor kleine regio's of landen met een oost-west-uitstrekking, maar niet voor continenten. De hoeken tussen de meridianen en parallellen blijven behouden. Geprobeerd wordt om de vervorming van zowel de vorm als lineaire schaal te minimaliseren, maar geen van beide is helemaal juist. In het voorbeeld hiernaast wordt de projectie toegepast op de hele aarde. |
 |
|
Oblique Mercator (Hotine) |
Een cilindrische projectie zoals de Mercator-projectie, maar waarbij de cilinder wordt uitgelijnd met een regio die scheef is en waarbij geen noord-zuid- of oost-westas wordt gevolgd. De regio die moet worden afgebeeld, is doorgaans een klein gebied langs de lengte van een meridiaan en lateraal dichtbij. Deze projectie is bijvoorbeeld oorspronkelijk ontwikkeld om het schiereiland Maleisië af te beelden. |
 |
| |
Chamberlin trimetrisch |
Deze methode wordt door de National Geographic Society gebruikt om continenten mee af te beelden. Dit is een equidistante projectie waarbij gebruik wordt gemaakt van drie punten, met de bedoeling om de relatieve afstanden tussen de drie referentiepunten te behouden. |
 |
| |
Conforme conische Lambert-projectie |
Een ideale projectie voor gebieden op gemiddelde breedte en/of gebieden met een oost-west-oriëntatie. Deze projectie wordt vaak gebruikt voor USGS-kaarten van na 1957. De schaal is uiterst nauwkeurig, maar dit gaat wel ten koste van het gebied. |
 |
Wanneer er databases voor de hele aarde moet worden aangelegd, kan het beste één algemene, gemakkelijk te gebruiken projectiemethode worden toegepast. Voor de beeldendatabase van Google Earth wordt de simpele cilindrische projectie gebruikt. Dit is een eenvoudige cilindrische projectie waarbij de meridianen en parallellen equidistante, rechte lijnen vormen die elkaar snijden onder een rechte hoek. Dit systeem wordt ook wel Lat/Lon WGS84-projectie genoemd.

- Eenvoudige cilindrische projectie (Plate Carree)
- Database met Google Earth-beelden
Wat is een datum?
Terwijl de projectie wordt gebruikt om de aarde af te beelden op een plat vlak, wordt de datum gebruikt om de werkelijke vorm van de aarde in wiskundige termen te beschrijven. Dit wordt gedaan omdat de aarde niet perfect rond is, maar een ellipsoïde vorm heeft. Een datum definieert ook de koppeling van de breedte-/lengtecoördinaten aan de punten op het aardoppervlak en definieert de basis voor hoogtemetingen.
Net als met projecties zijn er meerdere wiskundige interpretaties van de vorm van de aarde. Voor Google Earth wordt gebruikgemaakt van de WGS84-datum.
 |
 |
- Noordpool
- Evenaar
- Zuidpool
- Halve korte as of poolstraal
- Halve lange as of evenaarstraal
|
 |
|
Halve lange as |
Halve korte as |
| |
NAD83 |
6,378,137.0 |
6,356,752.3141 |
| |
WGS84 |
6,378,137.0 |
6,356,752.3142 |
| |
Clark 1866 |
6,378,206.4 |
6,356,583.8 |
| |
Airy 1830 |
6,377,563.4 |
6,356,256.9 |